logoplaatje

Palliatievezorg.nl Bibliotheek

Klim naar de eigen hoogvlakte

plaatje: bulletKarel Giel (68) kreeg vorig jaar te horen dat hij prostaatkanker had, met vele uitzaaiingen. Kans op genezing was er niet. ‘Wat kan ik doen om de resterende tijd zo goed mogelijk door te komen’, vroeg hij zich direct af. De zoektocht staat beschreven en uitgebeeld in zijn boek De reis van de kreeft. Reportages van een kankerpatiënt over zoeken en vinden.

Door Rob Bruntink
Hij kijkt erbij alsof hij het zelf ook nog wat wonderlijk vindt klinken, maar toch staat hij er voor de volle honderd procent achter: “Ik ben een gelukkig mens. Ik kan dat oprecht zeggen. Ook al zit ik vol met kanker en weet ik dat ik aan het doodgaan ben.”
Karel Giel was, tot hij februari vorig jaar de diagnose kanker te horen kreeg, een echt ‘baasje’, met een indrukwekkende staat van dienst in de wereld van journalistiek en uitgeverijen. Hij begon als jong journalist bij de Haagsche Courant en het Algemeen Dagblad, en werkte zich bij het AD in twintig jaar op tot mede-hoofdredacteur, een functie die hij vijf jaar uitoefende. Vervolgens ontwikkelde hij zich tot gerenommeerd bladenmaker van Elsevier. Hij werkte aan het vernieuwen en opzetten van tientallen vakbladen. Er waren tijden dat hij gelijktijdig in vier steden in drie verschillende landen werkte. “Ik heb altijd een prestatieleven gehad”, weet Giel. “Werken was het belangrijkste. Ik maakte wel dagen van 6 uur ’s ochtends tot 11 uur ’s avonds. Vond ik heel normaal.”
Op de dag van zijn diagnose stopte hij daar geheel mee. Want er was ‘ander werk’ aan de winkel. “Direct nadat ik de uitslag had vernomen gebeurden er – heel snel – twee dingen achter elkaar”, blikt Giel terug. “In eerste instantie zakte ik natuurlijk door de vloer na het horen van dit slechte nieuws. Ik had pijn in mijn been. Om de oorzaak te vinden was uiteindelijk een botscan gemaakt. Ik had helemaal niet op deze boodschap gerekend. Op de gang had ik met mijn vrouw nog grapjes zitten maken over een toekomst met een houten been. Maar al een paar minuten nadat was gebleken dat het om kanker ging, voelde ik dat ik dit moest aanvaarden en moest kijken hoe ik van de nog resterende tijd het beste zou kunnen maken. Het alternatief – wegzinken in ellende – kon immers altijd nog.”
Giel ging direct ‘de medische molen’ in. Een bestralingsschema werd opgesteld. Ook een hormonale therapie werd in gang gezet. Niet om hem beter te maken, maar om de kanker te stabiliseren en de klachten te verlichten. De energie, nieuwsgierigheid en creativiteit die Giel eerder in zijn werk had kunnen uitleven, richtte zich onmiddellijk op zijn nieuwe status als kankerpatiënt. “Ik wilde weten wat ik zelf kon doen om – ondanks de kanker – iets van mijn leven te maken en de kwaliteit van het resterende leven nog zo hoog mogelijk te laten zijn. De vragen besprak ik met artsen, verpleegkundigen, andere hulpverleners, familie en vrienden. De artsen zeiden in eerste instantie dat ik ‘eigenlijk niets’ kon doen. Anderen, binnen maar vooral buiten de reguliere zorg, zeiden dat ik ‘een heleboel’ zelf kon doen. En dat zagen later ook de artsen in: want een patiënt die geestelijk en lichamelijk actief meewerkt, op wat voor een manier dan ook, maakt elke therapie effectiever.”
Giel was voorheen geen prater, “eerder een oester.” Maar na de diagnose veranderde dat. ‘Actief meewerken’ betekende voor hem onder meer: praten. Praten met zijn vrouw, zijn kinderen en zijn vrienden. Later kwamen daar gespecialiseerde therapeuten bij. Hij praatte over zijn leven, over zijn kanker, over zijn leven met kanker. Tot Giels verbazing kwam er een tweede manier van ‘actief meewerken’ bij: hij ging tekenen. Hij had zich een halve eeuw met schrijven beziggehouden, en nu stroomden er opeens tekeningen uit zijn hand. En dan niet zomaar wat gepruts in de marge, maar haarfijne analyses van de situatie waarin hij zich bevond. “Soms waren mijn tekeningen zo treffend dat ze richtinggevend voor mijn gedachten bleken te zijn. Ze moeten uit het onderbewustzijn zijn gekomen.”
Uit zowel het praten als het tekenen putte hij veel kracht en inzicht. Dat gold ook voor de derde manier van ‘actief meewerken’: Giel begon – geïnspireerd door boeken van Deepak Chopra (Quantumgenezing) en Brandon Bays (De Helende Reis) – aan een reis naar zijn innerlijk. Hij onderzocht en ervoer gevoelens, zocht naar verklaringen voor gevoelens, ging mediteren, de natuur in, voerde gesprekken met spirituele therapeuten, trok in feite alle registers open om zichzelf tot in de kleinste details te leren kennen.
De reactie op de kankerdiagnose maakte van Giel een ander mens. De metamorfose was er in uiterlijke zin (de resultaatgerichte pakken met stropdas werden vervangen door een informele bloes en broek), maar vooral in geestelijke zin. De workaholic die gewend was zijn omgeving en zichzelf in geestelijke zin tekort te doen, was een betrokken mens en een spiritueel reiziger geworden. Hij praatte niet meer over ‘nieuwe projecten’, ‘hogere omzetdoelen’ of ‘mooi nieuws’, maar over zijn gevoelens, de dood of de energie die de natuur hem gaf. Vriendschapsrelaties werden hechter door zijn openheid. Giel liet meer van zichzelf zien, maar kreeg ook meer oog voor anderen.
De reis naar zijn innerlijk gaf de ruimte voor geestelijke rust in zijn leven. Rust die overigens constant bedreigd wordt, onder meer door periodes van pijn en intense vermoeidheid: “De radiotherapie en hormonale behandeling hadden de kanker tijdelijk ‘bevroren’, maar al na zeven maanden nam de kankeractiviteit weer toe. De prognose sindsdien luidt: gemiddeld nog maximaal anderhalf jaar. Vijf maanden daarvan zijn voorbij. Vorige week heb ik opnieuw te horen gekregen dat de kankeractiviteit nog steeds stijgende is. En een immuum-celtherapie die ik in Duitsland onderga, lijkt bij mij niet aan te slaan. Tegenslag op tegenslag dus. Maar ik weet zeker dat mijn actieve betrokkenheid bij de ziekte en het leven mij de geesteskracht heeft gegeven deze teleurstellingen op te vangen. Per saldo voel ik me gelukkiger dan ooit. Wie weet duurt het leven inderdaad nog kort. Dan hoop ik dat ik in die tijd lééf, en niet alleen maar aan het doodgaan ben.”
Zijn directe omgeving – een netwerk van 28 mensen – werd actief betrokken bij alle stappen die Giel na zijn kankerdiagnose ondernam. Zij zagen en ondervonden zijn verandering van afgelopen jaar en zeiden regelmatig: schrijf erover, maak er een boek van. Dat boek is er nu: De reis van de kreeft. Reportages van een kankerpatiënt over zoeken en vinden. Met teksten èn tekeningen van Giel. Het is een uniek, openhartig en aandoenlijk boek geworden. Giel beschrijft en illustreert de weg die hij gegaan is in tientallen persoonlijke verhalen en tekeningen. Door de opmaak is het ook nog eens een bijzonder móói boek. Het spat van iedere pagina af dat de opmaker vol liefde en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid teksten en tekeningen op elkaar heeft afgestemd.
De centrale vraag die Giel zich stelde na het horen van de diagnose – wat kan ik doen om de kwaliteit van leven hoog te houden? – leidde een maand later tot een teder ‘zelfportret’ van de Karel Giel die hij wilde worden als hij nog enige tijd van leven had: een fleurig manneke, met een vest in knalkleurig blokjesmotief. Dit doel is bereikt, ook in letterlijke zin. Want zijn vrouw máákte een dergelijk vest, dat Giel met veel plezier draagt. “In mijn boek staat ook een tekening van een steile trap”, zegt Giel. “Zo zag ik de innerlijke, spirituele reis die ik ben begonnen. Omdat het lastig klimmen is met ballast op je schouders, moet je je daarvan ontdoen. Je moet zaken afronden. Het betekent wel dat je de diepte in moet, alvorens je de klim naar je eigen hoogvlakte kunt maken. Ik ben er echter van overtuigd dat dat voor iedereen mogelijk is. Ik vind dat dat ook de boodschap van het boek is, voor patiënten, partners en hulpverleners: zoek een eigen weg, of help daarbij. Het hoeft geen kopie te zijn van de weg die ik precies heb afgelegd, er zijn legio andere mogelijkheden, maar hoe dan ook: zoek een eigen weg. Je wilt toch wat anders met het leven dan wachten op de dood?”

Karel Giel. De reis van de kreeft. Reportages van een kankerpatiënt over zoeken en vinden. Vormgeving: Robert T. de Vries. ISBN 90 352 2608 9. Uitgeverij Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen.

Reakties

Heeft u een mening over dit onderwerp? Dan kunt u hieronder reageren.