logoplaatje

Palliatievezorg.nl Bibliotheek

‘Markt’ van hospicevoorzieningen onderzocht
Palliatief landschap weinig overzichtelijk

plaatje: bulletStaatssecretaris Ross van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) verstuurde in februari de Monitor Palliatieve Zorg 2004 naar de Tweede Kamer. Een deelrapport heet Verscheidenheid en capaciteitsbenutting in palliatieve terminale zorgvoorzieningen. Hierin wordt voor het eerst een gedetailleerde analyse gemaakt van ‘de markt’ van palliatieve zorgvoorzieningen. De politiek is nu aan zet: welke soort voorzieningen willen we, hoeveel en waar?

Door Rob Bruntink
Namens VWS volgde het Nivel het afgelopen jaar ontwikkelingen op drie terreinen: de palliatieve zorgvoorzieningen, de consultatieteams en de (nieuwe) afdelingen palliatieve zorg van Integrale Kankercentra. Het onderzoek, dat de komende twee jaar nog wordt herhaald, levert een schat aan gegevens op over de stand van zaken. Verscheidenheid en capaciteitsbenutting in palliatieve terminale zorgvoorzieningen is een onderzoeksrapport waarin het eerstgenoemde terrein, dat van de palliatieve zorgvoorzieningen, diepgaander is onderzocht. Aanleiding voor het onderzoek waren signalen vanuit het veld dat er een overcapaciteit aan palliatieve bedden zou bestaan, met onderlinge concurrentie als mogelijk nadelig gevolg. Daarbij zouden vooral de bijna-thuis-huizen en hospices in het nadeel zijn, omdat zij geen gebruik kunnen maken van de 90 euro opslagregeling die VWS voor palliatieve units in verpleeg- en verzorgingshuizen in 2002 had ingevoerd.
VWS verstrekte het Nivel de opdracht te onderzoeken hoe ‘de markt’ eruit ziet, en of er inderdaad sprake was van concurrentie of overcapaciteit. Die overcapaciteit is er wel en niet. Het ligt er maar aan waaraan de capaciteit afgemeten wordt. Zorgverzekeraars Nederland heeft enkele jaren geleden de norm van 4-6 bedden per 100.000 inwoners vastgesteld. Dat aantal zou nodig zijn om door het hele land, op redelijke afstand, ‘een palliatief bed’ te kunnen garanderen aan een ieder die daarvan gebruik wil maken. Dit zou uitkomen op 648 tot 972 bedden. Aangezien het Nivel er 671 telde, kan er nog lang niet van overcapaciteit worden gesproken. Sterker nog: de bezettingspercentages van de palliatieve bedden liggen gemiddeld tussen de 61 en 73 procent, er zou op het eerste gezicht dus eerder van een overaanbod kunnen worden gesproken. Maar dat is weer niet helemaal waar omdat er ook voorzieningen zijn met wachtlijsten.
Het Nivel maakt in het rapport een interessante uitstap naar het buitenland, en vergelijkt onder meer het Nederlandse aantal bedden – weliswaar met de nodige slagen om de arm – met de situatie in Groot-Brittannië (5 bedden per 100.000 inwoners) en België (3,6 bedden). Ook keek het Nivel naar de bedbezetting in relatie tot ‘het percentage mensen met kanker’: waar in Nederland 9 van de 10 bezetters van de palliatieve bedden een oncologische aandoening heeft, zijn dit er in de Verenigde Staten 5. In 1992 lag dit aantal nog op 7,6. De onderzoekers – Patriek Mistiaen en Anneke Francke – stellen vervolgens vast: ‘Als in Nederland gaandeweg ook meer patiënten met een andere diagnose dan kanker gebruik gaan maken van een palliatieve voorziening, dan zou het huidige aanbod wel onvoldoende kunnen worden.’ Het aantal bedden hoeft dus voorlopig nog niet afgebouwd te worden. ‘De markt’ heeft zeker groeipotentie; het Nivel schat dat slechts 12 procent van de mensen met kanker in een hospicevoorziening overleed. In de VS is dat percentage 30, in Groot-Brittannië 19. Het onderzoek van Nivel beschrijft een jaar waarin het aantal voorzieningen nog steeds groeiende was. Hoelang die groei nog doorgaat, is onbekend en ook niet te voorspellen. De algehele verwachting is dat de groei dit jaar ophoudt, maar dat is allerminst zeker.

Genoeg

Of het huidige aantal bedden genoeg is, is eigenlijk niet eens goed te beantwoorden. De norm van Zorgverzekeraars Nederland is in feite een willekeurige norm, stelt het Nivel. Er is (nog steeds) geen maatschappelijke debat aan gewijd. Of er genoeg aanbod is, is in feite afhankelijk van de vraag welk aanbod er precies gewenst wordt. ‘Politiek en spelers in het veld moeten keuzes maken’, schrijven de onderzoekers. Dat is inderdaad nog nooit gedaan. Hoeveel bedden moeten er per provincie (of per IKC-regio, of per netwerk-regio) zijn? Is die genoemde 4 tot 6 bedden voldoende? Te veel? Te weinig? Wat is een acceptabele reistijd naar de dichtstbijzijnde hospicevoorziening voor patiënten en naasten? En moeten alle soorten voorzieningen (bijna-thuis-huizen, hospices, palliatieve units) binnen diezelfde afstand bereikbaar zijn? Wat mag zo’n voorziening kosten? Bij hoeveel bedden is de voorziening enerzijds economisch rendabel, anderzijds nog huiselijk genoeg om voor ‘palliatief’ door te kunnen gaan? Bij welk aantal patiënten per jaar per voorziening valt de gewenste kwaliteit te garanderen? Een ieder mag daarover denken wat hij/zij wil. Mogelijk wordt de staatssecretaris hierover in een komend debat – in de Kamercommissie, of naar aanleiding van Tweede Kamer-vragen – uitgenodigd een uitspraak te doen.


plaatje: bulletValse concurrentie?
Verpleeg- en verzorgingshuizen met een palliatieve unit krijgen per ligdag 90 euro extra voor de verzorging van iemand die wordt opgenomen met een indicatie voor palliatief-terminale zorg. Dit bedrag komt bovenop de reguliere verpleegdagprijs voor het verblijf in de instelling. Al sinds de ’90 euro-regeling’ is ingegaan in 2002, worden verpleeg- en verzorgingshuizen ervan beschuldigd die regeling aan te grijpen om een palliatieve unit te starten. Het Nivel stelt echter: ‘In hoeverre de 90 euro opslag een oorzakelijke factor is voor de groei in dit segment, is met de huidige gegevens niet te beantwoorden.’ Wel blijft het verschil bestaan dat de huisvestingskosten van hospices en bijna-thuis-huizen niet gedekt worden door de overheid, terwijl die kosten van verpleeg- en verzorgingshuizen wèl gedekt worden. De bijna-thuis-huizen en hospices zijn afhankelijk van externe inkomsten, zoals donaties, subsidies en eigen bijdrages van patiënten.
plaatje: bulletRara…
Het Nivel schreef 247 organisaties aan omdat zij volgens diverse bronnen – zorgkantoren, adreslijsten Agora - palliatieve zorg zouden verlenen. 174 Organisaties reageerden. De overige 73, schrijft het Nivel, ‘zijn hoogstwaarschijnlijk allemaal toekomstige palliatieve zorgvoorzieningen in verpleeg- en verzorgingshuizen’. Eénderde ervan had – ondanks het feit dat de unit op dat moment in een oprichtingsfase verkeerde – reeds een aanvraag voor de 90 euro-opslag ingediend. Bij een aantal daarvan werd het bedrag al daadwerkelijk uitgekeerd. Er werd ook iets raars aangetroffen onder de 174 organisaties die wèl reageerden op het Nivel-verzoek om informatie. 19 Instellingen gaven namelijk aan niet de palliatieve zorg te verlenen die in de vragenlijsten bedoeld werd. Vermoedelijk gaat het om verpleeg- en verzorgingshuizen zonder unit. 8 van de 19 hadden ooit een aanvraag voor die 90 euro opslag per dag ingediend. ‘Dit is opmerkelijk omdat het beleid van zorgkantoren uitgaat van nog strengere criteria voor een palliatieve unit dan wij in de vragenlijst hebben gedaan,’ schrijft het Nivel. De 90 euro-maatregel is bedoeld voor verpleeg- en verzorgingshuizen met een operationele unit. Een deel van het geld lijkt te zijn terecht gekomen bij instellingen zonder zo’n unit. Van de 174 respondenten bleken er 10 geheel geen palliatieve zorg te leveren. 43 initiatieven verkeerden in de oprichtingsfase, en werden om die reden buiten het onderzoek gehouden. Ook die 19 instellingen die aangaven slechts ten dele palliatieve zorg te verlenen werden geëxcludeerd. Uiteindelijk betrok het Nivel 102 operationele voorzieningen in het onderzoek.
plaatje: bulletWat ben ik?
In de vragenlijst van Nivel werd de palliatieve zorgvoorzieningen gevraagd aan te geven tot welke typering men zich men het meest aangesproken voelde. Het Nivel legde de volgende keuzes voor:
  • bijna thuis huis
  • high care hospice
  • kinderhospice
  • palliatieve unit in/bij verpleeghuis
  • palliatieve unit in/bij verzorgingshuis
  • palliatieve unit in/bij ziekenhuis
  • anders
Maar liefst één op de vijf voorzieningen kon zichzelf niet in één van deze categorieën plaatsen. Andere benamingen die gehanteerd worden zijn:
  • medium care hospice
  • high care hospice èn palliatieve unit bij een verpleeghuis
  • high care hospice in een verzorgingshuis
  • bijna-thuis-huis èn palliatieve unit bij een verzorgingshuis
  • bijna-thuis-huis èn high care hospice
Het Nivel schrijft hierover: ‘De variatie wijst erop dat de onderscheiden tussen de verschillende vormen en namen niet helder zijn en het wijst erop dat er amorfe en gemengde vormen voorkomen.’ Het ontbreken van duidelijkheid in naamgeving noemen de onderzoekers ‘niet handig’, vooral voor potentiële cliënten.
plaatje: bulletOpnames en ligduur
Uit het onderzoek van het Nivel blijkt dat er 7,6 patiënten per jaar een palliatief bed bezetten. Een hospicevoorziening met vier bedden, heeft dus gemiddeld ongeveer 30 bewoners per jaar. Het meest genoemde opnamecriterium is een levensverwachting van minder dan drie maanden (61%), gevolgd door een indicatie voor palliatieve zorg of verpleeghuiszorg (36%) en terminaal zijn (33%). Ook genoemd werden: de zorg was thuis niet meer mogelijk (21%), de leeftijd (11%) en de eigen keuze van de patiënt (10%). De meest genoemde reden om mensen niét op te nemen is (ernstige) psychische, psychogeriatrische, gedrags- of verslavingsproblematiek (38%), gevolgd door te complexe zorg in verhouding tot de deskundigheid van het personeel (21%). De gemiddelde ligduur is rond de 30 dagen. Het Nivel moet hierbij een slag om de arm houden omdat niet alle respondenten in de berekening konden meedoen.
plaatje: bulletTabel 1:
Activiteiten en producten van hospicevoorzieningen %

Patiëntenzorg in de voorziening 100
Patiëntenzorg thuis 27
Respijtzorg 22
Palliatieve dagzorg 8
Zorg aan naasten (tijdens opname patiënt) 95
Zorg aan naasten (na overlijden patiënt) 77
Consultverlening aan zorgverleners 34
Consultverlening/advies aan patiënten/naasten 37
Onderwijs/deskundigheidsbevordering voor professionals 46
Onderwijs/deskundigheidsbevordering voor vrijwilligers 50
Onderwijs/deskundigheidsbevordering voor mantelzorgers 6
Bewustwording/algehele PR-acties 64
Begleiding bij rouwverwerking 42
Stageplek bieden 31
Wetenschappelijk onderzoek (laten) verrichten 17

Bron: Monitor Palliatieve Zorg Rapport 2004, Nivel.

Reacties

Heeft u een mening over dit onderwerp? Dan kunt u hieronder reageren.