logoplaatje

Palliatievezorg.nl Bibliotheek

plaatje: Onzichtbare zwaarte van zorg

Onzichtbare zwaarte van zorg

plaatje: bulletOp deze pagina drie van de ongeveer vijftig verhalen uit het begin november verschenen boek Onzichtbare zwaarte van zorg. Verpleegkundigen en verzorgenden aan het woord. Het boek is een initiatief van beroepsorganisatie NU’91. Het is geschreven door freelance-journalist Rob Bruntink, in samenwerking met beleidsmedewerker Anja Cremers van NU’91.
Goede informatie:
Het beste medicijn tegen angst en onzekerheid
Bernardine Sciarone,
verpleegkundige afdeling maag-darmchirurgie

De patiënten brengen hun tijd grotendeels in onzekerheid door. Ze wachten op uitslagen van onderzoek, ze gaan een onbekende toekomst tegemoet. De uitslagen van onderzoek mogen alleen door artsen worden doorgeven. Artsen hebben het razend druk. Het komt dus vaak voor dat de uitslagen wel bekend zijn, maar dat de arts geen tijd kan vinden de uitslagen mee te delen. Ondertussen zie ik bij wijze van spreken de patiënt alsmaar bleker worden. Want hoe langer de uitslag uitblijft, hoe onzekerder hij wordt. ‘Wat denkt u, zouden de uitslagen vandaag komen? Soms ga ik er dus zelf achteraan. Ik heb natuurlijk wel toegang tot die informatie. Als de uitslag positief is, zeg ik dat soms alvast. Veel beter zou het zijn als dergelijke informatie ‘pro-actief’ verstrekt wordt. Dus zonder dat de patiënt er eerst om moet vragen. Dat zou het verblijf meer comfort geven. Dat ik dat niet in de hand heb, vind ik zwaar.
In het geval de patiënt geopereerd is, is de chirurg het beste in staat te vertellen wat precies de situatie is. Omdat hij daarvoor niet altijd de tijd heeft, wordt het gesprek vaak overgelaten aan arts-assistenten. Hou me ten goede: niets ten nadele van arts-assistenten, zij moeten het vak ook leren en ik wérk nou eenmaal in een opleidingsziekenhuis, maar het vermogen tot communiceren is niet iedereen gegeven. Terwijl een uitleg over wat er precies aan de hand is wél cruciaal is. De patiënt heeft er ook recht op, op goede informatie. Als de patiënt met veel vragen blijft zitten, wordt hij angstig en onzeker. Een goed gesprek kan dat voorkomen. Is dat er niet geweest, dan wordt er een groter beroep op de verpleegkundigen gedaan. Ik beantwoord met alle plezier de vragen, maar ik heb niet overal de antwoorden op. Dat is vervelend voor de patiënt. En ik vind het zelf ook niet leuk.


‘Laat die stervenden toch met rust’
Paul Vastbinder, verpleegkundige afdeling spoedeisende hulp (SEH)

Ik heb er soms moeite mee dat er terminale patiënten op de SEH-afdeling worden opgenomen. Artsen laten foto’s maken, ze willen dat we hun bloed prikken… ‘Laat ze toch met rust’, denk ik dan. ‘Mogen mensen niet meer rustig sterven ofzo?’ Ik zeg dat ook weleens tegen een specialist: ‘Waarom doe je dit toch allemaal? Geef ze een infuus met pijnstilling en laat ze op een kamertje apart liggen, in plaats van ze op te nemen op de afdeling chirurgie of longafdeling.’ Ik merk dat jongere collega’s soms dezelfde gedachten hebben, maar er niets over zeggen. Zij kijken nog erg op tegen een arts. Maar ik vind het niet moeilijk om zoiets aan een arts te vragen. Ik vraag het toch ook niet om hem aan te vallen? Ik vraag het in het belang van de patiënt.


Dít is zorgen, letterlijk zorgen. Dát is mijn vak
Ria Babay, zorgmanager/verzorgende

De hoeveelheid bureaucratie is de laatste jaren alsmaar toegenomen. Zorgen voor zieke mensen is letterlijk een onderneming geworden. De zorg die verleend wordt moet in papieren passen. De zorg moet geregistreerd kunnen worden. Tegenwoordig wordt aan zaken als een praatje maken of een knuffel geven veel meer belang gehecht dan vroeger. Dat hoeft echter weer niet geregistreerd te worden. Wat zichtbaar is – hoeveel bewoners worden er gewassen, hoeveel incontinentiemateriaal wordt er doorheen gedraaid – kan wél geregistreerd worden. Terwijl juist in “de menselijke contacten” de ónzichtbare zwaarte van het werken zit. Maar hoe leg ik vast dat ik een onrustige bewoner tot rust heb gekregen door een half uur over de arm te strelen? Of om diezelfde aanleiding vijf minuten naast een bewoner in bed heb gelegen? Volgens de beleidsmakers heb ik in die tijd geen productie gedraaid.
Terwijl ik over de afdeling loop, terwijl ik aan het wassen ben, terwijl ik een praatje maak… Het is één en al observeren wat je tussendoor doet. We houden de bewoners voortdurend in de gaten, de voelsprieten staan constant uit. Alles wat je ziet en hoort, maar ook wat je ruikt, sla je op, veel daarvan onbewust. Wat relevant is om over te dragen, komt aan het eind van de dienst in het zorgdossier te staan. Maar dat observeren zelf wordt nergens geregistreerd.
Laatst hadden we een stervende bewoner op de afdeling. Hij wilde nog zo graag een keer in bad. We hebben er een speciaal rijdend bad voor moeten laten komen, er zijn al met al twee verzorgenden een paar uur mee bezig geweest. Ik heb er nog even naar staan kijken: de ene was de benen aan het inwrijven, de ander was zijn haren aan het spoelen, de bewoner genoot tot in al zijn poriën. Ondertussen is het op de afdeling natuurlijk extra druk voor het personeel dat daar met twee man minder staat, maar als ik dit soort dingen niet meer kan doen, dan stop ik. Dít is zorgen, letterlijk zorgen. Dát is mijn vak.
Uiteindelijk is de kwaliteit van de zorg die ik hier kan leveren afhankelijk van de mogelijkheden die de maatschappij of de politiek mij geeft. Al mijn mini-mini beslissingen op een dag over wat ik wel en niet doe en kan met of voor de bewoners, staan in verband met beleidskeuzes die landelijk zijn gemaakt. Dementerende ouderen zijn helaas een – sorry voor de harde woorden – uitgekotst product in onze maatschappij. Dat bedoel ik tweeledig: ‘uitgekotst’ omdat ze niet in eigen huis hebben kunnen blijven wonen. Blijkbaar was hun gedrag van dusdanige aard dat er niemand de hele dag naast wilde zitten. Een verpleeghuis is dan snel gevonden. Maar ook ‘uitgekotst’ in economische zin: ze zijn immers niet meer productief. Er valt ook niet meer aan hen te verdienen, ze kosten alleen maar geld. Vandaar dat mijn budget en de hoeveelheid beschikbaar personeel zo beperkt zijn. Binnen die marges moet ik het doen. Daarvan ben ik me voortdurend bewust.

Het boek Onzichtbare zwaarte van zorg. Verpleegkundigen en verzorgenden aan het woord is verkrijgbaar via de boekhandel (ISBN 90 352 27 99 9) of via de uitgeverij, Elsevier Gezondheidszorg: www.elseviergezondheidszorg.nl