logoplaatje

Palliatievezorg.nl Voor zorgverleners

Onduidelijkheden over richtlijn sedatie: `Oh, ben je er al?`

plaatje: bulletHet symposium van de NVVPZ (Nederlandse Vereniging voor Verpleegkundigen werkzaam in de Palliatieve Zorg), eind maart in Brakel gehouden, over de richtlijn palliatieve sedatie trok veel belangstelling. Meer dan honderd verpleegkundigen discussieerden over het thema ‘de rol van de verpleegkundige bij palliatieve sedatie’. Behalve vele onduidelijkheden over de richtlijn, bleken er ook grote problemen rondom de uitvoering te bestaan.
Tijdens het symposium kwamen schrijnende voorbeelden van uitvoeringsproblemen aan de orde. Voorbeelden van praktijksituaties waarin de geplande palliatieve sedatie ‘niet goed voelde’. Neem de verpleegkundige van de gespecialiseerde thuiszorg die in opdracht van de arts de pomp zou komen aansluiten bij een patiënt. Ze belt aan, er doet een meneer open, sigaret in de hand. ‘Oh, ben je er al? Ik rook nog even mijn sigaret op en dan ga ik liggen, goed?’.

De verpleegkundige plaatste grote vraagtekens bij de juistheid van de indicatie. Is hier werkelijk sprake van een situatie waarin volgens de richtlijn aan de voorwaarden van sedatie is voldaan? In de richtlijn wordt gesteld dat sedatie als behandelingsoptie aan de orde kan komen als er één of meer onbehandelbare ziekteverschijnselen (‘refractaire symptomen’) bestaan die tot ondraaglijk lijden van de patiënt leiden.

Wordt hier niet een erg vrije definitie van ‘ondraaglijk’ gehanteerd? Moet de verpleegkundige toch doen wat haar opgedragen is? Ze krijgt opdracht van een arts, maar ze heeft ook haar eigen (professionele) verantwoordelijkheid. Dat was het onmogelijke dilemma waarvoor de verpleegkundige zich op dat moment geplaatst zag.

Of neem die andere verpleegkundige van de thuiszorg die de ‘te sederen patiënt’ stralend in het bed aantrof, gezellig kletsend met zijn broer die net vanuit Australië op bezoek was gekomen. Moet deze patiënt onder zeil gebracht worden vanwege ‘ondraaglijk lijden’?

Detail: de richtlijn schrijft uiteraard voor dat de arts aanwezig moet zijn als de sedatie start. Sterker nog: hij moet ook nog even blijven zitten. In de praktijk wordt de richtlijn (nog) niet altijd gevolgd. De verpleegkundige zit er maar mee. Het gebrek aan samenwerking bedreigt echter ook direct de kwaliteit van de zorgverlening. Het zorgt voor onrust bij de patiënt en de naasten als zij geconfronteerd worden met een gebrek aan duidelijk beleid. Of, zoals verpleegkundige/maatschappelijk werker Mathilde van der Bruggen het tijdens het symposium bondig samenvatte: “De beslissing tot sedatie moet volgens de richtlijn een multidisciplinaire aangelegenheid zijn. Nu de praktijk nog.”

Over die praktijk gesproken: er zijn nogal wat onduidelijkheden en tekortkomingen rondom sedatie en de richtlijn daarover. Wanneer is er in een situatie sprake van refractaire symptomen? De mening van arts, verpleegkundige en patiënt kunnen op dit punt uiteenlopen. Maar omdat palliatieve sedatie tot het domein van de medicus behoort, beslist de arts.

Volgens de richtlijn moet de verpleegkundige veel eerder in het besluitvormingsproces bij de sedatie betrokken worden. Nu gebeurt dat vaak pas als de pomp moet worden aangesloten. Van een besluitvormingsproces is dan al geen sprake meer. Maar hoe kan ervoor worden gezorgd dat in thuissituaties de huisarts en wijkverpleegkundige elkaar eerder hierover spreken? “De verpleegkundige zal een pro-actieve rol hierin moeten spelen”, zei Ginette Hesselmann tijdens het symposium, verpleegkundig specialist palliatieve zorg van het UMC Utrecht, en één van de samenstellers van de KNMG-richtlijn.

Behalve een pro-actieve houding om een multidisciplinair besluitvormingsproces te stimuleren, hebben verpleegkundigen nog meer verantwoordelijkheden. De lichamelijke zorg voor de patiënt uiteraard; er is onder meer extra aandacht nodig voor mondverzorging en preventie van doorligwonden. Maar ook: uitleg geven aan naasten over het doel en het beloop van de sedatie. Zodat er geen onjuiste gedachten of verwachtingen bestaan. En, al besproken: ze zijn betrokkenheid bij de uitvoering.

Kort voor het verschijnen van de KNMG-richtlijn over sedatie, presenteerde verpleegkundige Corine van Nierop van de afdeling palliatieve zorg van het Integraal Kankercentrum West een ‘Zorgplan sedatie’ voor verpleegkundigen. Tijdens het NVVPZ-symposium, een ruim kwartaal later, kon ze de eerste herziene versie al uitdelen. Kom daar eens om bij de KNMG-richtlijn. Een vervolgtraject bestaat niet eens. Dus of de richtlijn voor artsen ooit herzien zal worden is maar de vraag.

plaatje: Reageren?

Reageren?

plaatje: bulletU kunt hieronder uw reactie op het onderwerp geven.