logoplaatje

Palliatievezorg.nl Bibliotheek

plaatje: Leven na de wending

Leven na de wending

plaatje: bulletOp 11 december is het boek `Leven na de wending. Als je kind overleden is` van Rob Bruntink verschenen. Het bevat verhalen van ouders die vertellen over het leven na het overlijden van hun kind.
De geïnterviewde ouders verloren een kind (0-21 jaar) als gevolg van een ongeluk of een ziekte. In het boek vertellen de ouders over het intense gemis, de moeite die `loslaten` kost en het belang van herdenken. Ook praten zij over onderwerpen als het effect van het overlijden op de relatie, de verhouding tot vrienden en familie en de kijk op het leven. De één vertelt anderhalf jaar na het overlijden over hoe het leven ervoor staat, de ander na zes jaar. Ook in de achtergronden van de gezinssituaties zit een sterke variatie. Voor de ene ouder was het overleden kind het enige kind. In het andere gezin waren er broertjes en zusjes of kwamen deze na het overlijden van een zoon of dochter.

Het boek is verschenen op Wereldlichtjesdag, de dag waarop overal ter wereld overleden kinderen worden herdacht. Voor Palliatievezorg.nl selecteerde de auteur 12 fragmenten: uit ieder hoofdstuk één.

Het boek is te bestellen via de website www.uitvaartdewending.nl.

Joyce: "Juist in het verdriet voel ik me dicht bij hem"

"Ruben is nog dusdanig aanwezig in ons leven dat ik me kortgeleden heb afgevraagd of ik er niet teveel mee bezig ben. Misschien vraag ik me zoiets af omdat ik voor mensen om mij heen invul dat zij dat vinden. Of omdat je - zonder het te willen - toch beïnvloed bent door het idee dat `het verwerken van een verlies` impliceert dat het ooit `af` is. Toen herinnerde ik me een anekdote van een oncoloog. Hij was met een kapotte klok naar een klokkenmaker gegaan, een oude man van zo`n 90 jaar oud. Eén van de eerste zinnen die de klokkenmaker had gesproken was: `Mijn zoon is 60 jaar geleden overleden.` Dus tja, waar heb ik het dan over? Waarom zou ik na vijf jaar niet meer dagelijks aan hem mogen denken?"

"Hoe langer het is geleden, hoe meer ik me realiseer dat zo`n ervaring met Ruben altijd bij me hoort en nooit uit mijn leven zal verdwijnen. Het enige dat verschuift, is dat je in staat raakt het `ermee bezig zijn` te sturen. Eerder overkwam het me alleen maar. Nu kan ik het zelf makkelijker aan en uit zetten. Ik kan het oproepen met muziek of een film. De fotoboeken die we over Ruben hebben gemaakt doen het ook goed. En natuurlijk voel ik me dan erg verdrietig, maar dat heeft ook iets prettigs. Juist in het verdriet voel ik me dicht bij hem. "

Ton: "Ik ben nog steeds gevoelig voor de hulpeloosheid van de omgeving"

"Ik heb trucjes moeten verzinnen om met die `Hoe gaat het-vraag` om te gaan. Die vraag wordt je te pas en te onpas gesteld. Soms zonder het doel een antwoord te krijgen: meer als een soort `Hallo`, als een begroeting. Maar soms mét het doel een antwoord te krijgen. Het ligt er natuurlijk aan wie hem stelt, en in welke omstandigheid. Ik heb vaak gezegd: `Het gaat goed genoeg om hier te zijn.` Bij voorbeeld op mijn werk. Daar moest men het dan maar mee doen. Kwam ik bekenden tegen tijdens het boodschappen doen, en had ik op dat moment geen zin of behoefte een echt antwoord te geven, dan zei ik: `Ik ben nu aan het boodschappen doen, we praten later verder, oké?` Ook dat werkte goed."

"Ik ben nog steeds gevoelig voor de hulpeloosheid en machteloosheid van de omgeving. De mensen om je heen weten zich vaak geen raad met je. Soms, zoals bij voorbeeld in zo`n boodschapsituatie, dan zie je ze opgelucht adem halen. Alsof ze blij zijn dat ze het er niet over hoeven te hebben. Ik snap dat wel. Het gros van de mensen die je tegenkomt is óók ouder. Mijn ervaringen en mijn situatie kunnen zij als bedreigend ervaren."

Gerdien: "Er zit een gat in mijn hart, en dat blijft waarschijnlijk zo"

"Soms kan het verdriet me nog steeds aanvliegen. Er zit een gat in mijn hart en dat blijft waarschijnlijk zo, ook als ik 80 ben. Maar er is ook ruimte voor een andere kijk. De ervaring heeft ook meer diepte aan het leven gegeven. Als ik nu naar huis rijd vanaf mijn werk voel ik blijdschap omdat ik mijn man Marc en mijn zoon Lucas zo weer zal zien. ‘Wauw’, denk ik dan, ‘hen ‘heb’ ik dan maar mooi.’ We genieten meer van elkaar."

"De ziekte en het overlijden van Wieke heeft ons doen beseffen hoezeer wij ons gezegend mogen voelen met al die lieve mensen om ons heen. Mensen kwamen voor ons koken, lieten de hond uit, schreven ons kaartjes en brieven… Door leden van mijn kerkgemeenschap is veel gebeden. Er was zelfs een gebedsketen gemaakt, zodat op ieder uur van de dag iemand voor haar aan het bidden was. Er werd voelbaar meegeleefd. Dat is voor mij van grote waarde geweest. Ook al had ik Wieke liever op aarde gehouden, de ziekte en het overlijden van haar heeft mij doen beseffen hoeveel moois er om ons heen bestaat. Als ik dat tegen mensen zeg, krijg ik vaak de reactie: ‘Wat knap dat je dat zo kunt zeggen.’ Maar dan denk ik: ‘Het is niet knap, want het is geen prestatie. Ik heb dat simpelweg zo ervaren’."

Marjan: "Dat je dingen gaat vergeten, vind ik de grootste tragiek"

"De grootste tragiek vind ik dat je dingen van je overleden kind vergeet. Elke dag wordt er iets afgeknabbeld van die verzameling herinneringen die je hebt. Dat vind ik heel erg. Toen ze pas was overleden wist ik alles nog. Hoe haar stem klonk, hoe ze rook, hoe ze bewoog, alles... Dat wordt minder. Dat is voor mij verliezen en dat blijf je nog steeds doen, iedere dag. Daarom hou ik me vast aan de dingen die zijn achterbleven. De tekeningen, de frutsels. Daarom praat ik nog zo graag over haar. Als je het allemaal niet voor jezelf herhaalt, ga je het makkelijker vergeten. Daarom kijk ik ook nog zo vaak naar foto`s van haar. Als ik verdrietig ben, kan dat me helpen te huilen, dan ben ik het kwijt. Ik kan die huilknop niet zomaar aan zetten. Soms heeft het ook wel iets lekkers, om het verdriet te voelen als ik naar de foto`s kijk. Dan voelt ze dichterbij."

"In de vitrinekast die boven staat, staat uiteraard ook een foto van Linda. Elke keer als ik er langs loop zeg ik haar gedag, geef haar een denkbeeldige kus of een knipoog. Ook op deze manier leef ik nog steeds met haar. Als ik het even niet meer weet of een keuze moet maken, bespreek ik dat met haar. Als ik iets engs of spannends moet doen, dan stel ik me voor dat Linda bij me is en me helpt met dat enge of spannende. Dat voelt goed. Alleen al het idee dat ze me helpt, geeft me meer zekerheid en zelfbewustheid."

Matthijs: "Mensen kunnen zo`n verlies blijkbaar `gewoon` overleven"

"Ik kan me herinneren dat we in het ziekenhuis `het ellendeboek` aan het doornemen waren. Zo noemden we dat. Het is een boek vol geboortekaartjes van mensen die een baby hebben verloren. Er staan heel veel erge dingen in. We vergaten toen helemaal dat we zelf in een soortgelijke situatie zaten. Het besef dat we daaraan hebben overgehouden, is dat mensen een dergelijk verlies blijkbaar `gewoon` kunnen overleven. Dat is van groot belang geweest voor ons. Ook was het in zekere zin steunend om te weten dat we niet de enige waren die een kind tijdens de zwangerschap hadden verloren."

"Al die verhalen van andere ouders riepen ook verbazing op. Of misschien moet ik bewondering zeggen. We hebben het regelmatig tegen elkaar gezegd: `Wat een bizarre veerkracht hebben we als mensen eigenlijk. Wat kan een mens toch veel ellende aan.` En wat een sterke overlevingsdrang wordt er door zo`n verlies opgeroepen."

Elvera: "Alles is toch maakbaar? Mooi niet dus"

"In de literatuur gaat het voortdurend over verwerken en `het` een plaats geven. Mensen om je heen zeggen het ook. En als je het verdriet of de pijn niet moet verwerken of een plaats moet geven, dan moet je het wel loslaten. Ik kon en kan daar helemaal niets mee. Het verlies van twee kinderen gaat om veel meer dan verwerken, een plaats geven of loslaten. Ik vergelijk mijn ervaringen met amputaties. Eerst ging de arm eraf, toen een been. Ik leer wel weer lopen, desnoods met een prothese, maar dat been en die arm zal ik altijd missen. Ik blijf voortdurend het besef houden dat er iets niet klopt. En ik verwacht niet dat dat geheel verdwijnt, hoe lang het ook geleden is."

"Ik denk dat iedereen heel erg hóópt dat het bij ouders als ons zo werkt. Dat er een moment komt dat het verlies - letterlijk - verwerkt of verkleind is. Omdat het zou betekenen dat de opeenstapeling van het verdriet en de pijn ooit eens helemaal over gaat. Dat het echt ‘opgelost’ is. Verdwenen. Zo’n wens past heel erg bij onze cultuur, waarin nauwelijks plaats is voor blijvend lijden. We duwen het idee dat er blijvend lijden kan zijn het liefst weg. Ooit is het toch klaar? Voor alle problemen bestaat toch een oplossing? Alles is toch maakbaar? Er bestaat het idee dat dat ook voor zaken rondom dood en rouw geldt. Mooi niet dus. Ik denk dat er altijd dagen of nachten zullen blijven komen waarin je extra gespannen bent, waarop je moet huilen, waarin je niet kunt slapen, omdat je pijn hebt vanwege het verlies van een kind. De buitenwereld ziet dat liever niet, want men voelt zich daar ongemakkelijk bij. De buitenwereld hoopt dat de gebeurtenissen ooit voltooid verleden tijd voor ons zullen zijn. Maar ik kan me niet voorstellen dat dat ooit zo zal zijn."

Cees: "Ik heb me staande weten te houden, en dat is al heel wat"

"Ik ben een perfectionist, dat zag je waarschijnlijk al wel aan mijn huis. Over alles wat er staat, en hoe het staat, is nagedacht. Twee fotolijstjes, twee plantjes… Voor mij ‘klopt’ het zo. Zo’n ervaring met Kim is iets ongrijpbaars. Het ‘klopt’ niet, het is fout. Ik had daar geen invloed op. Geen regie over. Dat irriteert me enorm. Ik heb iets niet afgemaakt: de opvoeding van mijn kind. Dat speelt nog steeds. Ik heb het gevoel alsof ik gefaald heb. Het ís niet zo, maar zo voelt het wel. Ik kan daar woedend om worden. Ook om het onrecht dat me is aangedaan, ook al weet ik dat niemand er wat aan heeft kunnen doen. Het is een grote uitdaging voor me om te gaan leren leven met het idee dat ik ergens geen regie over heb."

"Het verdriet en de pijn raak je natuurlijk nooit helemaal kwijt, maar het scherpe is er vanaf. Het verstoort je sociale functioneren niet meer. Ik kan een normaal leven leiden. Daardoor kan ik zeggen: `Ik heb het verwerkt`. Ik zeg niet dat anderen het zo moeten zien. Of dat zij het net zoals ik moeten doen. Hoe ik het tot nu toe heb gedaan, en hoe ik het nu doe, past bij mij. De veerkracht die blijkbaar in me zit, en het incasseringsvermogen dat ik blijkbaar heb, heeft me hier gebracht. Dit alles had ook de mokerslag kunnen zijn waardoor je niet meer kon opkrabbelen. Dat is het niet geweest. Ik heb me staande weten te houden. En dat is al heel wat."

Karin: "Het missen blijft, maar die heftige pijn in mijn hart is verdwenen"

"We hebben tijdens Nando`s leven altijd dagboekjes bijgehouden. Ook zijn opa`s en oma`s zorgden regelmatig voor hem. In die dagboekjes konden ze lezen hoe het de dagen ervoor met hem was gegaan. Ik lees nog regelmatig in die dagboekjes. Ze zijn me erg dierbaar, ook al staan er vooral teksten in over allerlei praktische zaken, zoals `Ging het goed met het eten en boeren?` en `Heeft hij goed geslapen?` Ook hebben we een paar fotoboeken. Vooral als ik door die fotoboeken blader, mis ik hem enorm en komen vaak de tranen. Dat verandert niet. En dat verbaast me eerlijk gezegd. Ik had gedacht dat dat minder zou worden naarmate de tijd vordert. Dat ik makkelijker aan hem zou kunnen denken of hem op foto`s zou kunnen zien, zonder dat de tranen kwamen."

"Toch verandert er wel iets. In het begin kreeg ik echt pijn in mijn hart van verdriet als ik aan hem dacht of als ik over hem sprak. Zowel om wat hij heeft moeten meemaken, als de pijn van het verlies. Nu, heb ik het idee, is dat verlies geaccepteerd. Ik kan vaker met een fijn gevoel aan hem denken. Het missen blijft, maar die heftige pijn in mijn hart is verdwenen. Eerlijk gezegd verwacht ik niet dat dat gevoel hem te missen ooit zal verdwijnen. Ik zal dat altijd met me blijven meedragen."

Cees: "Aandacht voor je partner houden blijft noodzakelijk"

"Voordat Susan overleed hadden we al een goede relatie. Van belang voor een goede relatie is dat je de ander de ruimte geeft, maar tegelijkertijd moeite blijft doen te begrijpen waarom de ander doet zoals hij of zij doet. Als je beiden in rouw bent, speelt dat des te meer. Je zit met je eigen verdriet, je volgt je eigen spoor in de verwerking, maar aandacht voor die ander blijft noodzakelijk om bij elkaar te blijven. En ook: respect houden voor hoe die ander het doet. Niet veroordelen dus. Want dat levert afstand op."

"Je moet elkaar wel proberen vast te houden in het verwerken. Ook al is de slotsom dat je uiteindelijk alleen staat in het rouwproces. Hoe dichtbij je ook staat bij de ander, en hoezeer je ook om de ander geeft: het blijft een andere persoon. Jij bent die andere persoon niet. Iedereen verwerkt een ervaring als deze op een eigen manier. Maar door die twee individuele processen regelmatig in een gesprek bij elkaar te brengen - gewoon, door van tijd tot tijd stil te staan bij vragen als: hoe gaat het met je, waar sta jij nu? - is het mogelijk niet uit elkaar te drijven."

Margreet: "Loslaten voelde als het ultieme houden-van"

"Mijn zoon en ik hadden vlak voor deze zoveelste ziekenhuisopname aan de keukentafel zitten praten over hoe het met hem ging en wanneer het voor hem genoeg was. Hij was zich ervan bewust dat hij alsmaar meer en meer aan het inleveren was. En hij zei: `Als het zo moet, dan wil ik niet meer.` Ik heb geantwoord: `Als jij niet meer wilt, dan hoef je ook niet meer.` Voor hem was het genoeg geweest. Dat wist hij duidelijk aan te geven."

"Het zou misschien logisch zijn geweest voor een moeder, om op zo`n moment alle vezels in je lijf te voelen protesteren tegen het idee dat je je zoon zou moeten loslaten. Maar ik voelde dat niet. Het voelde eerder als het ultieme houden-van. Als een volledige overgave aan de dingen die zouden gebeuren en ik toch niet zou kunnen beïnvloeden. Achteraf gezien is dat gesprek over wanneer het genoeg zou zijn voor hem, en mijn toezegging dat ik daarin zou berusten, van grote waarde geweest. Het heeft me, ook als ik terugkijk, de rust gegeven te kunnen accepteren dat hij zou overlijden en ook ís overleden."

Cornelieke: "Er ontstond een fundamenteel andere kijk op het leven"

"De dood van Wies heeft me ervan doordrongen dat ieder mens ten diepste eenzaam is. Dat besef vond ik best heftig. Ik schrok ervan. Ik ben opgegroeid in een groot gezin. Ik was de jongste thuis. Ik heb me altijd gedragen gevoeld in het leven. Sociaal gedrag vertonen - mensen opzoeken, met mensen omgaan - is me met de paplepel ingegoten. Maar toch: hoeveel je ook deelt en hoe lang je iemand ook kent, uiteindelijk is het een illusie om te denken dat de ander precies kan weten wat er in je omgaat, hoe je je voelt en wat er zich werkelijk in je hoofd en hart afspeelt."

"In vergelijking met hoe ik het eerst zag, is het een fundamenteel andere kijk op het leven. Mijn man Ton en ik kennen elkaar al vanaf mijn 15e. Als iemand mij goed zou kennen, dan is hij het wel. En dat doet hij ook. Maar kijk: als ik zeg `Dit is een vaas` of `Dit is een wilg`, dan weten we allebei waarover we het hebben. Als ik zeg `Mijn hart scheurt van verdriet` ligt het anders. Want verstaat hij mijn woorden precies zoals ik ze bedoel? Is het verscheurende verdriet zoals ik het ervaar hetzelfde verscheurende verdriet zoals hij het ervaart? Ik denk niet dat je daar vanuit moet gaan. Het is niet depressief bedoeld hoor, maar je bent alleen op de wereld gekomen en je gaat ook weer in je eentje weg. Tussendoor loop je soms lang, soms kort samen met iemand op, maar dan nog is er voortdurend sprake van een existentiële eenzaamheid. Dat bewustzijn voel ik nu sterker dan ooit."

Ed: "Veel ouders zijn teleurgesteld in hun omgeving"

"Ik heb uit de contacten met lotgenoten geleerd dat de manier waarop je de buitenwereld ervaart, sterk afhankelijk is van je verwachtingen. Uit veel verhalen van lotgenoten maak ik op dat ze teleurgesteld zijn in hun omgeving. Er wordt vrij sterk geoordeeld. Familieleden, vrienden of mensen uit de buurt vragen te vaak hoe het met je gaat of ze vragen er juist te weinig naar. Of ze vragen er op de verkeerde momenten naar. Of ze stellen de verkeerde vraag..."

"Ik heb geprobeerd me in die buitenwereld te verplaatsen. Een buitenwereld die ik trouwens graag had willen zijn. Hoe zou ik hebben gedaan als ik tot die buitenwereld had behoord? Zou ik nooit dichtgeslagen zijn? Zou ik nooit terughoudendheid hebben ervaren om iemand te bellen? Zou ik nooit iemand ontlopen hebben? Dat durf ik niet met zekerheid te zeggen. Ik neem daardoor een vrij milde kijk aan ten opzichte van die buitenwereld. Het mooie van deze blik, is dat ik tot op de dag van vandaag nog positief verrast kan worden door de mensen om mij heen. Dan krijg ik plots een mooie mail bij voorbeeld. Juist omdat ik niets verwacht, vallen me nog regelmatig dergelijke cadeautjes toe."

Leven na de wending. Als je kind overleden is. ISBN 978 94 6155 006 4.

Vanaf november te bestellen via de website www.uitvaartdewending.nl.

Reageren?

Wilt u een reactie geven op bovenstaande teksten? Dat kan hieronder.