logoplaatje

Palliatievezorg.nl Bibliotheek

plaatje: Palliatieve ziekenhuiszorg, kan dat?

Palliatieve ziekenhuiszorg, kan dat?

plaatje: bulletDe aandacht van ziekenhuizen voor palliatieve zorg neemt toe. Maar wanneer is er sprake van goede palliatieve ziekenhuiszorg? Rob Bruntink, hoofdredacteur van Pallium, inventariseerde uit de internationale literatuur mogelijke wensen op dat vlak.
Palliatieve zorg en ziekenhuizenÖ Het is en blijft een spannende combinatie. Veel patiŽnten die een levensbedreigende ziekte hebben, verblijven enige dagen, weken of maanden in het ziekenhuis. Voor veel patiŽnten is het ook de locatie waar zij sterven; zoín 20 procent van de mensen met kanker sterft in een ziekenhuis, en voor mensen met een chronische aandoening is het percentage zelfs 30 procent.

Sinds de ontwikkeling van palliatieve zorg in Nederland in gang is gezet (jaren í90 van de vorige eeuw) is er in ziekenhuizen een toenemende belangstelling voor dit vakgebied waarneembaar. Zo zijn er ziekenhuizen met een eigen consultatieteam palliatieve zorg, zijn er ziekenhuizen waar een consulent palliatieve zorg standaard aanwezig is bij multidisciplinaire overleggen op de afdeling oncologie en zijn er ziekenhuizen die zich hebben aangesloten bij een regionaal Netwerk Palliatieve Zorg.

Hoewel deze initiatieven grote waarde hebben, is tegelijkertijd duidelijk dat palliatieve zorg daarmee nog geen geÔntegreerd onderdeel van de ziekenhuiszorg (*) is. Welke wensen zouden er wat dat betreft nog meer kunnen bestaan?

Voor Pallium selecteerde Rob Bruntink die mogelijke wensen. Hij groepeerde ze in vijf categorieŽn: zorg, structuur/organisatie, ruimte, scholing/training en beleid/aandacht. Pallium wil hiermee de aftrap geven voor een discussie over de vraag waaraan goede palliatieve ziekenhuiszorg zou kunnen voldoen.


(*) Voor dit artikel zijn wensen opgesteld voor niet-academische ziekenhuizen. Voor academische ziekenhuizen ziet het wensenlijstje er mogelijk anders uit.
plaatje: Wensen inzake het zorgen voor patiŽnten/naasten:

Wensen inzake het zorgen voor patiŽnten/naasten:

1. Het markeerpunt Ďcuratief-palliatiefí wordt tijdig vastgesteld bij alle patiŽnten met een levensbedreigende/levensduurbeperkende ziekte.

2. In de communicatie tussen de patiŽnt/naasten en artsen/verpleegkundigen wordt stilgestaan bij de betekenis van dit markeerpunt. Er wordt gesproken over behandeldoelen, en wat de patiŽnt daarvan verwacht. Bij die gelegenheid wordt tevens verteld wie verantwoordelijk is voor de coŲrdinatie van de zorg, en concreet vastgesteld wie de coŲrdinerende functionaris is in relatie tot de behandeling en begeleiding tijdens de ziekenhuisopname.

3. Er wordt Ė ergens in de weken/maanden nadat dit markeerpunt is vastgesteld Ė in verband met advance care planning door een arts en/of een verpleegkundige een inventarisatie gemaakt van wensen over reanimatie, orgaandonatie, gewenste plaats van sterven, wilsbeschikking et cetera. De uitkomsten worden vastgelegd in het medisch dossier en - indien nodig - aangepast op basis van de (veranderende) wensen van de patiŽnt. Er wordt met de naasten over deze wensen gesproken, als de patiŽnt dat wil.

4. Pijn en andere symptomen worden multidimensioneel, en vanuit een multidisciplinair perspectief, integraal behandeld. Er is sprake van een pro-actieve benadering, gebaseerd op Ďpalliatief redenerení. Behandelingen worden adequaat geregistreerd in het medisch dossier. De patiŽnt wordt Ė indien gewenst en daartoe in staat Ė altijd betrokken bij (discussies over) behandelbeslissingen.

5. Er is aandacht voor de psychosociale en spirituele/religieuze zorgbehoeften van de patiŽnt. Deze kunnen via gesprekken gekend worden. Er kan (ook) gebruik worden gemaakt van de Lastmeter. Ook aan specifieke culturele behoeften wordt zoveel mogelijk gevolg gegeven.

6. Artsen en verpleegkundigen werken vanuit de richtlijnen Palliatieve Zorg, zoals te vinden op www.pallialine.nl.

7. Er wordt, bij pogingen de klachten van de patiŽnt te verlichten, gebruik gemaakt van geaccepteerde en mogelijk gevalideerde (meet)instrumenten als het Zorgpad Stervensfase, ESAS, DOS, EFAT, MQOL, et cetera. Er worden regelmatig metingen verricht, om te beoordelen of het ingezette beleid het gewenste effect sorteert.

8. Het ziekenhuis heeft een eigen consultatieteam palliatieve zorg, bestaande uit gespecialiseerde artsen en verpleegkundigen. Dit wordt ingeschakeld als de reguliere behandelaars externe expertise nodig hebben. Het team kan een beroep doen op een tweede schil van zorgverleners, waaronder een geestelijk verzorger, psycholoog, psychiater, maatschappelijk werker en paramedici als een fysiotherapeut en ergotherapeut.

9. Er wordt regelmatig gesproken over de vraag of de patiŽnt naar huis wil en zo ja, of dat mogelijk is. Afhankelijk van de medische situatie, kan dat dagelijks zijn.

10. Een patiŽnt wordt pas ontslagen als eventueel noodzakelijke thuiszorg is georganiseerd, de huisarts (of diens assistent) over de transfer is ingelicht en deze ook heeft gemeld dat een huisbezoek in de planning is opgenomen. Hierbij wordt relevante informatie over de patiŽnt overgedragen. De naasten krijgen advies over de vraag hoe zij de patiŽnt thuis kunnen ondersteunen (in praktische zin, maar ook psychosociaal).

11. Er is aandacht voor de beleving van de ziekteperiode door de naasten. Zij krijgen onder meer informatie uitgereikt Ė middels een brochure of gesprek Ė over schommelingen in stemming en gedrag als gevolg van een levensbedreigende ziekte bij een dierbare. Indien nodig/gewenst, worden naasten geholpen bij het afscheid nemen, bij voorbeeld door gesprekken te voeren met de zieke of via rituelen.

12. Naasten worden Ė net als de patiŽnt zelf Ė als partner in de zorg gezien. Dat betekent onder meer dat zij voor multidisciplinaire overleggen worden uitgenodigd.

13. Als het sterven zichtbaar naderbij komt, wordt de familie hierover geÔnformeerd. Als er in de ogenschijnlijk laatste uren geen familie aanwezig is, verblijft Ė als de patiŽnt nimmer heeft aangegeven dit niet te willen Ė een medewerker op de kamer waar de patiŽnt verblijft. Hiervoor kunnen ook vrijwilligers worden ingezet.

14. Met nabestaanden wordt overlegd hoelang de overledene op de kamer blijft waar het overlijden heeft plaatsgevonden (maximaal 24 uur). Zij krijgen de kans aanwezig te zijn en/of te helpen bij de laatste verzorging. Over transport van de overledene - eventueel naar een mortuarium - wordt altijd vooraf gecommuniceerd met de contactpersoon van de familie.

15. Na een overlijden wordt op de afdeling kort of lang, inhoudelijk of symbolisch, stilgestaan bij de overledene en zijn/haar naasten.

16. Er wordt omgezien naar naasten die nabestaanden zijn geworden; een ieder krijgt rouwbegeleiding aangeboden als daaraan behoefte blijkt te bestaan en wordt - indien gewenst - voorzien van informatiemateriaal over het verlies van een dierbare. Er is in dit kader ook nadrukkelijk aandacht voor kinderen en jongeren. Op regelmatige basis Ė en minimaal eens per jaar Ė wordt een herdenkingsbijeenkomst gehouden voor nabestaanden.

17. Na een overlijden wordt kort of lang - passend bij het gevoerde kwaliteitsbeleid - in multidisciplinaire kring stilgestaan bij de laatste levensfase van desbetreffende patiŽnt: wat ging goed in de zorg/behandeling, wat had beter gekund en hoe dan?

18. De mate waarin palliatieve zorg geÔntegreerd is in de reguliere zorg is op zowel afdelings- als ziekenhuisniveau onderwerp van constante evaluatie. Om de continuÔteit op dit gebied te garanderen, is een speciale functionaris aangesteld.

Wensen inzake structuur en organisatie:

19. Het ziekenhuis kent een structuur voor multidisciplinaire overleggen waarin een deskundige op het gebied van palliatieve zorg direct aanspreekbaar of aanwezig is (op bij voorbeeld de afdelingen oncologie, longziekten, cardiologie, neurologie, intensive care en geriatrie).

20. Het ziekenhuis is aangesloten bij een regionaal Netwerk Palliatieve Zorg, heeft een goed contact met de daaraan deelnemende instellingen en is in staat de daaruit voortkomende aanbevelingen ter verbetering van palliatieve zorg door te voeren in de eigen organisatie.

plaatje: Wensen inzake beleid en aandacht:

Wensen inzake beleid en aandacht:

21. In de missie en visie van het ziekenhuis is aandacht voor het belang van goede palliatieve zorg.

22. In het jaarverslag van het ziekenhuis is aandacht voor (de visie op) palliatieve zorg.

23. In het beleid Ďzorg voor de zorgendení is aandacht voor het effect van confrontaties met sterven op medewerkers.

24. Er bestaat in het ziekenhuis een sfeer die gekenmerkt wordt door openheid, waardoor het praten over eindigheid van het leven, verlies lijden en dood gangbaar is.

25. Op de dag van overlijden, of anders de werkdag erna, wordt (de assistente van) de huisarts van de patiŽnt telefonisch geÔnformeerd over het overlijden.

26. Tussen 7-14 dagen na het overlijden van een patiŽnt, wordt aan de contactpersoon van de familie een kaart gestuurd, waarin de familie wordt gecondoleerd met het verlies.
plaatje: Wensen inzake (fysieke) ruimte:

Wensen inzake (fysieke) ruimte:

27. Er zijn voldoende ťťnpersoonskamers, zodat iedere patiŽnt van wie bekend is dat hij zijn laatste levensfase ingaat een dergelijke kamer aangeboden kan krijgen.

28. De partner van de patiŽnt en de familieleden kunnen (na)bij de patiŽnt overnachten, hebben toegang tot sanitaire voorzieningen en krijgen eten/drinken aangeboden tijdens hun verblijf.

Wensen inzake scholing en training:

29. Er is aandacht voor palliatieve zorg in stages van leerlingen en in de introductieperiode van nieuwe medewerkers.

30. Er is een permanent aanbod van scholingen palliatieve zorg voor al het personeel. Bij dit aanbod is het consultatieteam palliatieve zorg betrokken. Het scholingsaanbod palliatieve zorg wordt afgestemd op de in het ziekenhuis aanwezige patiŽntengroepen, maar besteedt minimaal aandacht aan het detecteren van het markeerpunt Ďcuratief/palliatiefí, symptoommanagement, communicatie met patiŽnten/naasten over ernstige ziekte en het naderende einde van het leven, besluitvorming (inclusief de patiŽntbetrokkenheid daarin en de noodzaak een consulent palliatieve zorg om advies te vragen) en reflectie.

Reageren?

Wilt u een reactie geven op dit artikel? Dat kan hieronder.