logoplaatje

Palliatievezorg.nl Voor wie?

plaatje: Vanaf wanneer?

Vanaf wanneer?

plaatje: bulletPalliatieve zorgverlening is aan de orde zodra behandelingen die op genezing gericht zijn niet of niet meer genoeg helpen de ziekte te bestrijden. Afhankelijk van de situatie, kan dagen, weken, maanden of jaren palliatieve zorgverlening vereist zijn.

De curatieve fase van de behandeling gaat soms acuut, maar veelal langzaam over in de palliatieve fase. Het onderscheid tussen de fases is bij de ziekte kanker duidelijker dan bij bij voorbeeld hartfalen. Na de diagnose is er meestal eerst een (korte of lange) periode waarin een op genezing gerichte behandeling wordt aangeboden en gevolgd. De ziekte kan dank zij de curatieve ingrepen zelfs ‘verdwijnen’.

De palliatieve fase treedt in als de behandelingen niet aanslaan en de ziekte ongeneeslijk blijkt (‘We kunnen niets meer voor u doen’). Dit omslagpunt is relatief helder. Relatief, omdat ook in de curatieve fase elementen van palliatieve zorg onderdeel van de aangeboden zorg kunnen zijn (bij voorbeeld de zorg voor naasten, of aandacht voor ontspanningsoefeningen). Palliatieve zorg is dan echter ondergeschikt aan de curatieve zorg.

Bij mensen met een ongeneeslijke ziekte anders dan kanker, is het startpunt van palliatieve zorg en het verloop van de ziekte minder voorspelbaar. Er is vaak geen duidelijk moment waarop, zoals de WHO-definitie van palliatieve zorg het stelt, ‘de ziekte niet meer reageert op curatieve behandeling’, want daarop heeft de ziekte nooit gereageerd. Het begin van de palliatieve fase is bij patiënten met andere tot de dood leidende ziekten dan kanker dus anders. Bij niet-kanker kan de start van de palliatieve fase zelfs samenvallen met de diagnose: voor sommige ziekten (dementie, ALS) is geen andere behandeling dan een palliatieve.

Niet alleen het markeren van het omslagpunt is bij kanker anders dan bij andere ongeneeslijke ziekten. Ook het verloop van de ziekte is anders. Bij de ziekte kanker is het verloop overwegend geleidelijk: de patiënt gaat langzaam maar zeker achteruit, ontwikkelt steeds meer symptomen en overlijdt aan de gevolgen daarvan. Bij veel andere ziekten waaraan mensen een niet-acute dood sterven kent het verloop van de ziekte een grote(re) mate van grilligheid. Stabiele periodes worden onderbroken door momenten van plotselinge verslechtering, waardoor er vervolgens een ‘nieuwe stabiliteit’ ontstaat, die vaak een lager niveau kent dan vóór het crisismoment.

De meeste in palliatieve zorg gespecialiseerde instellingen in Nederland richten zich in de praktijk op de zorg voor mensen met kanker in de terminale fase. Daarvoor is het begrip “palliatieve, terminale zorg” geïntroduceerd. Hoewel het vooraf niet mogelijk is de terminale fase scherp af te grenzen, wordt daarbij vaak een levensverwachting van minimaal enkele weken tot ten hoogste drie maanden aangehouden.