logoplaatje

Palliatievezorg.nl Voor wie?

plaatje: Mensen met hartfalen

Mensen met hartfalen

plaatje: bulletAls enige cardiovasculaire aandoening, stijgt het aantal patiŽnten met hartfalen in Nederland. Naar schatting zijn momenteel 200.000 mensen bekend met hartfalen. De stijging wordt deels veroorzaakt door de vergrijzing, deels door de verbeterde behandeling van bij voorbeeld het acute hartinfarct.
De zorg voor de categorie mensen met hartfalen staat dan ook bijzonder in de belangstelling (onder meer in projecten van het Universitair Medisch Centrum Nijmegen en de Vrije Universiteit/Universiteit van Amsterdam), aangezien een steeds groter beroep wordt gedaan op deze specialistische zorg. De levensverwachting van een patiŽnt met hartfalen is beperkt. Na de diagnose is de kans op overleving na vijf jaar veertig tot zestig procent. De fysieke beperkingen en de na te leven leefregels vragen om een zorgaanbod dat multidisciplinair van aard is.

Verbeteringen van de behandeling liggen niet meer zozeer in nog meer pillen of apparaten, maar moeten gezocht worden in begeleiding, advisering en ondersteuning. Veelvoorkomende klachten van patiŽnten met hartfalen zijn kortademigheid, moeheid, verminderde eetlust, slaapproblemen en een piepende ademhaling.
PatiŽnten met hartfalen zijn dus, afhankelijk van de ernst van de aandoening, maanden of jaren in meer of mindere mate gehandicapt. Hoewel het vaak voorkomt dat het dagelijks functioneren langzaam afneemt, kan het overlijden ook nog onverwachts komen. Deze, meestal door hartritmestoornissen veroorzaakte, plotselinge dood komt bij ongeveer de helft van de patiŽnten voor. PatiŽnten overlijden dan aan snelle kamerritmen, kamerfibrilleren en trage hartritmen, die overgaan in asystolie (onvoldoende samentrekking van de hartspier). Bij de niet-acuut overlijdende patiŽnten met hartfalen, is onderscheid te maken tussen de patiŽnt die langzaam wegzakt, comateus wordt en sterft, en de patiŽnt die gedurende enkele dagen meer en meer kortademig wordt, en dan overlijdt (zonder een comateuze conditie).

De start van de palliatieve fase is niet exact aan te geven. Ten eerste gaan een palliatieve en curatieve behandeling (soms lange tijd) hand in hand, ten tweede wordt de fase gekenmerkt door een grillig verloop: na een dal kan herstel optreden, vaak tot hetzelfde of een iets lager niveau. Deze onzekerheid brengt specifieke problemen met zich mee voor de palliatieve zorgverlening. Want wanneer is het onderwerp Ďloslaten van het levení aan de orde? Wanneer is terughoudendheid bij medische ingrepen gewenst? Veel patiŽnten met hartfalen zijn dragers van een Interne Cardio Defibrillator, een apparaat dat veelal onder het sleutelbeen is aangebracht. Dat kan, door ongewenste defibrillaties, in de laatste levensfase irriteren.

Reactie geven?

Als u wilt reageren op bovenstaande tekst, dan kan dat hieronder.